20 september 2017

Tempo verhoging AOW-leeftijd is veel te snel

Het tempo van de stijging van de AOW-leeftijd is veel te snel, werknemers kunnen zich hier niet goed op voorbereiden. Veel werknemers kunnen pas met pensioen op AOW-leeftijd, en dat wordt straks 67 jaar en drie maanden. Voor veel werknemers gaat dat echt veel te snel.” Dat zegt Maurice Limmen, voorzitter CNV Vakcentrale, in reactie op het debat vandaag in de Tweede Kamer over de gevolgen van de versneld verhoogde AOW-leeftijd voor werknemers met fysiek zware beroepen.

Dit jaar is de AOW-leeftijd 65 jaar en negen maanden. Deze wordt echter stapsgewijs steeds verder verhoogd. In 2022 al zal de AOW-leeftijd 67 jaar en drie maanden zijn. Limmen: “Dat de AOW-leeftijd omhoog moest, omdat we met zijn allen ouder worden, dat begrijp ik.” Maar de CNV-voorzitter wijst erop dat sociale partners eerder afspraken hebben gemaakt met de regering over het tempo van de verhoging van de AOW-leeftijd. “Dat zou veel langzamer gaan dan nu het geval is. Het tempo is door eenzijdig ingrijpen vanuit de politiek onverantwoord hoog komen te liggen en werknemers hebben zo te weinig kans zich op de nieuwe verhoogde AOW-leeftijd voor te bereiden. Bovendien zijn veel oudere werknemers nu nog langdurig werkloos. Ook daar moet nu echt snel iets aan gebeuren.”

Flexibele AOW-ingangsdatum
Al jaren pleit het CNV ervoor dat mensen zelf de ingangsdatum van hun AOW kunnen kiezen. Limmen: “Zij kunnen dan zelf de verantwoordelijkheid nemen om te kiezen wanneer zij willen stoppen met werken. Als dat eerder is dan de door de regering vastgestelde wettelijke AOW-leeftijd, dan is hun AOW-uitkering vervolgens lager. Er wordt dan immers minder opgebouwd en er moet langer worden uitbetaald. Maar die keuzemogelijkheid moet er zijn. Heel belangrijk is het dat werknemers nooit door hun werkgever of door de overheid gedwongen worden om eerder dan de vastgestelde wettelijke AOW-leeftijd met de AOW te gaan.”

Fysiek zware beroepen in de knel
Limmen: “Het is inmiddels glashelder dat het voor veel werknemers met fysiek zware beroepen niet mogelijk is om door te werken tot de verhoogde AOW-leeftijd. Voor deze groep werknemers moet een adequate oplossing gevonden worden. Het kan immers niet zo zijn dat wij als maatschappij kunnen accepteren dat deze groep werknemers vlak vóór AOW-leeftijd massaal ziek of zelfs arbeidsongeschikt wordt. Vaak zijn het juist werknemers met fysiek zware beroepen die al op jonge leeftijd zijn begonnen te werken. Het is niet meer dan onze plicht er voor te zorgen dat ook zij in goede gezondheid van hun welverdiende AOW kunnen genieten.”

Ook interessant voor u