In augustus 2018 heeft de Senioren Advies Raad van het CNV een notitie over de inkomenspositie en koopkracht van gepensioneerden aan het Algemeen Bestuur van het CNV gestuurd. Hieronder volgt de tekst van de notitie.

Inkomenspositie en koopkracht van gepensioneerden. Hoe verder?

Vooraf

Onze samenleving verandert duidelijk zichtbaar en ook ‘voelbaar’ o.a. ten gevolge van ‘de’ vergrijzing en de (on)gewenste verhoging van de AOW (‘pensioen’) leeftijd. Onderwerpen die vooral senioren betreffen zorgen voor veel aandacht in de media en de politiek. Senioren voelen zich meer dan eens gediscrimineerd en gestigmatiseerd. Vaak is dit terecht maar er moet ook geconstateerd worden dat er ruimte is voor nuancerende kanttekeningen. Ook binnen de groep senioren van het CNV zorgen die onderwerpen voor discussie. Daarbij laaien de emoties meer dan eens op. De verwachting bij de senioren is dat het CNV ook voor hen duidelijk zichtbaar is als behartiger van hun belangen.

De navolgende notitie is opgesteld om in deze discussie te ondersteunen. Ze toont vanuit het perspectief van inkomen en koopkracht dat de positie van ouderen aandacht vraagt. De notitie laat zien dat onrust en onvrede bij senioren voor een belangrijk deel terecht zijn. Ze laat ook zien dat er veel behoefte is aan uitleg. Daarmee kunnen oneigenlijke en soms zelfs onnodige discussies worden voorkomen.

Deze notitie is bedoeld om , mede in de aanloop naar de Derde Dinsdag in September, binnen het CNV een constructieve bijdrage te leveren in de discussie over de inkomenspositie en koopkracht van senioren en gepensioneerden. Een discussie die gericht is op het beïnvloeden van kabinetsbeleid en die moet stimuleren tot het behalen van concrete resultaten .

Inleiding

Binnen het CNV nemen de gepensioneerden (‘senioren’) een bijzondere positie in. Op dit moment hebben gepensioneerden nog geen mogelijkheid hun belangen te behartigen via het CAO-traject. Dit is een kwestie van tijd, het is immers alleszins redelijk de gepensioneerden in het cao-traject intensief inspraak te geven, voor die onderdelen, die hun belangen direct of indirect raken. Het inkomen van gepensioneerden bestaat uit AOW, aanvullend pensioen, inkomen uit eigen vermogensopbouw en voor een klein deel is inkomen afkomstig uit werk. Het gepensioneerd zijn is een onvermijdelijk vervolg op het werkzame leven. Het is dan ook vanzelfsprekend dat het CNV de belangen van alle leden, dus ook van de gepensioneerde leden als collectief, behartigt. Het aandeel van senioren (‘65-plussers’) in onze maatschappij groeit in 2018 naar 19% en bedraagt in 2040 naar verwachting 26%. Binnen die groep neemt het aantal ’80-plussers aanzienlijk toe. De getallen zijn ontleend aan diverse prognoses van CBS en CPB. Het betreft dus een grote groep in onze samenleving. Dat geldt ook binnen het perspectief van CNV-leden. De groep is divers. Sommigen hebben een laag pensioen, anderen hebben een ruimer pensioen opgebouwd. Ook herkennen we de soms schrijnende posities waarin mensen met alleen AOW of een laag pensioen zich bevinden. Die groep verdient dan ook zeker (extra) aandacht.

In de afgelopen jaren is de koopkracht van gepensioneerden gestaag, stelselmatig en ten opzichte van de actieve werknemers onevenredig sterk afgenomen. Niet alleen zijn de meeste pensioenen niet geïndexeerd en niet in lijn met de inflatie opgewaardeerd, ook is er een groot aantal (belasting)maatregelen genomen die de koopkracht structureel negatief hebben beïnvloed. Daarbij komt dat vooral bij de groep gepensioneerden andere kosten zoals die op het gebied van zorg of (aangepast) wonen van jaar tot jaar toenemen. Ze maken daarmee een steeds groter deel uit van het niet of nauwelijks stijgende oudereninkomen. Bij gevolg is de koopkracht voor andere consumptieve doeleinden sterk gedaald.

In de periode waarin sprake was van een crisis en de overheidsfinanciën zwaar onder druk stonden waren maatregelen mits op evenwichtige wijze ingevuld nog wel te begrijpen. Helaas is de afgelopen jaren geen evenwichtig beleid gevoerd door de overheid. Anders gezegd, in het bijzonder de senioren, gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden zijn zwaar getroffen. Nu het economisch weer voor de wind gaat moeten ook zij de vruchten kunnen plukken. Daarbij mag je aantekenen dat een groot deel van anders actieven, senioren en gepensioneerden en mantelzorgers met (onbetaald!) vrijwilligerswerk (in)direct essentieel bijdraagt aan het functioneren van de economie. Zij zorgen voor het vrijmaken van een hoeveelheid geld die wrang genoeg niet in een ‘eerlijke’ verhouding wordt herverdeeld en uitgekeerd aan de gepensioneerden en senioren zelf.

AOW en (aanvullend) pensioen

Veel gepensioneerden zien en ervaren dat hun pensioen al jaren niet wordt aangepast in lijn met de prijsstijgingen. Sterker nog er zijn en worden zelfs kortingen ingevoerd. Natuurlijk worden in principe ook de werkenden hiervan de dupe, zij het dat pensioenfondsen over een aantal jaren de gemiste indexaties zouden kunnen gaan inhalen. Door de nu al jaren voortdurende lage rente als gevolg van ‘de-ruim-geld-politiek’ van Europa en door de door de Tweede Kamer opgestelde strenge – voor een leek op zijn minst onbegrijpelijke – (reken)regels heeft de overheid de pensioenen in de grip. Er bestaan helaas ook veel misverstanden en die uiten zich (niet altijd terecht) in onvrede. Veel mensen hebben geen begrip voor het feit dat er hoge rendementen worden behaald, er heel veel geld bij de pensioenfondsen in kas zit en dat er nog steeds geen ruimte is voor indexering. Aan de andere kant, de idee dat de bijdrage voor het aanvullend pensioen alleen door werkgever en werknemer wordt ingebracht en de emotie daar omheen is niet helemaal terecht. Het pensioen is immers voor een deel afkomstig uit postmortale solidariteit [i]. De achtergrond en het karakter van het aanvullend pensioen onderscheiden zich overigens van een Volksverzekering zoals de AOW.

Het is op dit moment nog niet duidelijk in welke richting het pensioenstelsel zal veranderen en welke invloed dat zal hebben op het inkomen van gepensioneerden nu en in de toekomst.

Binnen deze complexiteit ligt er een taak voor de Senioren Advies Raad:

  • De CNV-leden, zeker ook de groep gepensioneerden, helder en correct blijven informeren over de uitgangspunten en de werking van het huidige pensioenstelsel;
  • Het op de hoogte stellen van de discussie rond de ontwikkeling van een nieuw stelsel en de mogelijke gevolgen van dat nieuwe stelsel;
  • Doelstelling daarbij is duidelijkheid te geven over het zo mogelijk veilig stellen van oude zekerheden en verworvenheden of bij inrichting van een ander stelsel opkomen voor een rechtvaardige afweging van de verschillende belangen van de deelnemers;
  • En daarmee wegnemen of voorkomen van niet altijd terechte frustratie en onvrede.

Echter, een feit blijft dat de misgelopen indexatie inmiddels ruw geschat gemiddeld voor alle pensioenfondsen 16 tot 18 procent is geworden. Dit staat in schril contrast met de ontwikkeling van de lonen van werkenden. Die zijn er in het afgelopen decennium gemiddeld meer dan de inflatie op vooruit gegaan. Een extra gevoel van onrechtvaardigheid ontstaat omdat kortingen en percentages per pensioenfonds en dus voor de verschillende groepen gepensioneerden aanzienlijk kunnen verschillen.

Feit is, dat de AOW niet mee stijgt met de lonen. De verhoging van de AOW is puur gebaseerd op prijsindexatie. Daarmee is de AOW de afgelopen jaren weliswaar in lijn gebleven met de inflatie, maar de regels rondom de uitkering zijn veranderd. Vanuit die achtergrond is er zeker een negatieve invloed geweest op het inkomen van AOW gerechtigden.

Inkomens- en belastingmaatregelen

De diverse kabinetten Rutte – overigens ook kabinetten voor Rutte – hebben een groot aantal bezuinigingen en hervormingen doorgevoerd. Daarbij werd gekozen voor een ‘gemiddelde lijn’, met als consequentie dat er altijd verliezers zullen zijn. Al dan niet beschikbare budgetten moesten zorgen voor reparatie. Echter budget neutraal (bezuinigen!) werd meer en meer de opdracht. Was er in het verleden als het om Belastingen ging de roep om “druk naar draagkracht” inmiddels is daar geen sprake meer van. Groepen zoals de alleenverdieners, gehandicapten en zeker ook de senioren en gepensioneerden hebben onevenredig veel lastenverzwaringen moeten incasseren. Het past blijkbaar in de huidige manier van ‘economisch denken’ dat vooral een financiële bijdrage vanuit een arbeidsproces rechten geeft. Groepen met kosten die op zichzelf vanzelfsprekend of onvermijdbaar zijn (zorg, aangepast wonen) worden al snel gediscrimineerd en achtergesteld. Het vangnet voor hen wordt steeds krapper.

Sommige maatregelen zijn van eerdere datum maar ze hebben inmiddels een grote impact op de huidige inkomenspositie van de senioren. Er is sprake van stapeling van maatregelen, waarvan het effect pas op termijn zichtbaar werd en wordt. Dat dit op korte termijn, binnen het perspectief van dit kabinet, zal veranderen is niet waarschijnlijk. De Haagse uitspraak “de oudjes zitten er warmpjes bij” is geen constructieve bijdrage in de discussie. Dat mag misschien gelden voor een kleine groep gefortuneerde gepensioneerden, maar voor de meeste gepensioneerden zeker niet.

Een opsomming van ingrijpende maatregelen, die op zich zelf te verdedigen lijken maar waarvan de stapeling tot nauwelijks voorspelbare consequenties leidt: invoering van de zogenaamde Bosbelasting , Wet uniformering loonbegrip, gedeeltelijke Fiscalisering van de AOW, afbouw ouderenkortingen, reduceren aftrekposten ziektekosten, verhogen drempels voor aftrek ziektekosten, afschaffing van de Wet Hillen waardoor de zogenaamde aflosboete aan de orde is, een AOW die niet meestijgt met de gemiddelde loonontwikkeling, verhoging inkomensgrens en percentage inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, verschuiving van directe naar indirecte belastingen ( verlaging inkomstenbelasting maar verhoging BTW van 6 naar 9%), verhoging milieu- en energieheffingen.

Deze opsomming is zeker niet compleet maar geeft wel aan dat er op een breed front inkomensmaatregelen zijn genomen. Er is duidelijk sprake van stapeling van beleidsmaatregelen, waarvan de met name de negatieve gevolgen vaak pas op langere termijn voelbaar worden. Daarbij komt dat veel regelingen lokaal worden uitgevoerd, waardoor verschillen tussen volledig vergelijkbare situaties zijn ontstaan. Op dit moment is nog te weinig zicht op die verschillen, laat staan dat behandeling van vergelijkbare situaties binnen Nederland zouden worden gelijkgetrokken.

Zorg

Er wordt wel eens gezegd, dat geboren worden de meest gevaarlijke onderneming in het leven is. Maar als je nu eenmaal geboren bent is het wel erg leuk om zo lang mogelijk van dat leven te genieten. De zorgsector is daarom van levensbelang. Al jaren gaat de discussie over de oplopende zorgkosten. Hoewel Nederland een heel rijk land is probeert de politiek de zorgkosten in te dammen. Het gaat ook om veel geld. Wist je dat de totale zorgkosten gemiddeld per Nederlander op dit moment per jaar € 6.000,- bedragen? Dat is heel wat meer dan de ziektekostenpremie, die je aan de verzekeraar betaalt. Inclusief eigen bijdrage en eigen risico betaal je slechts een kwart van die € 6.000,- . Die andere drie kwart komt uit de staatskas en wordt dus door ons allemaal via de belasting betaald.

Wanneer men ouder wordt is de kans groot dat er behoefte ontstaat aan meer specialistische en langduriger zorg. Dat is nu eenmaal de consequentie van ouder worden. Het betekent dat de zorgkosten snel toenemen bij het ouder worden. De stijging van de zorgkosten heeft dus veel te maken met de vergrijzing van Nederland en met het langer leven. Daarnaast worden telkens nieuwe medicijnen gezocht en gevonden; het onderzoek dat daaraan vooraf gaat kost natuurlijk ook veel geld.

Omdat de overheid drie kwart van alle zorgkosten voor haar rekening neemt lijkt het voor de hand te liggen te voorkomen dat die kosten verder toenemen door te bezuinigen, door minder te vergoeden of door de ‘oorzaak van die kosten weg te nemen’. In dat laatste geval krijg je ongewenste en oneigenlijke discussies over levensbeëindiging. Wanneer en vooral op welke manier mag je nog oud worden. Ouderen worden zelfs gestigmatiseerd in de zin van niet (te) oud te mogen worden.

Als gevolg van bezuinigingen lopen patiënten de kans dat zij zelf de rekening moeten betalen, een rekening die door mensen met een kleinere beurs niet meer betaald kan worden. Een ethisch en een economisch vraagstuk krijgen een ongewenste verbinding! Geld is noodzakelijk voor behoud van een goede zorg in Nederland, het gaat immers om een lang en gelukkig leven in goede gezondheid.

Wonen

In de Grondwet staat dat de ‘bevordering van voldoende woongelegenheid een voorwerp voor voortdurende zorg is van de overheid’. Van die zorg merken vele duizenden woningzoekenden helaas weinig. Het lukt hen niet om een betaalbare woning te vinden. Bijvoorbeeld starters die net teveel geld verdienen om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning, maar ook niet in staat zijn om een woning te kopen. Bij ouderen zien we het omgekeerde. Zij zijn, bij een inkomen dat net boven de sociale inkomensgrens ligt, niet in staat om een huurwoning te verkrijgen in een ‘betaalbare huurklasse van zo’n 700 tot 1000’. Vanuit dit perspectief worden ouderen met dezelfde vraagstukken geconfronteerd als andere zoekenden op een krappe woningmarkt, vooral waar het gaat om betaalbare huurwoningen. Ze worden geconfronteerd met een woningmarkt die binnen de contouren van een vrije markteconomie volkomen op hol lijkt te zijn geslagen. Een woningmarkt met nogal wat defecten die vooralsnog om diverse redenen niet door de verantwoordelijke overheid worden opgelost.

Een ander aspect is dat de overheid de zorgkosten probeert in te dammen door ouderen thuis te laten wonen. Ouderen worden geconfronteerd met de behoefte aan aangepaste woonvoorzieningen dan wel aanpassingen in het eigen huis. Ook in dat opzicht is er weinig ruimte. Speciale instellingen worden gesloten en mantelzorg in de eigen woonomgeving wordt gestimuleerd maar van overheidswege nauwelijks gefaciliteerd. Ook dat heeft uiteindelijk consequenties voor de inkomenspositie en koopkracht van ouderen.

Koopkracht van gepensioneerden (‘senioren’)

Uit de briefwisselingen tussen de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Tweede Kamer in het kader van de ( jaarlijkse )koopkrachtoverzichten blijkt dat de koopkracht van gepensioneerden en senioren duidelijk achterblijft. Natuurlijk is het moeilijk voor iedere groep exact te bepalen wat de effecten van de maatregelen betekenen. Een feit is ook dat de effecten van stapeling van inkomens- en belastingmaatregelen gedurende een aantal jaren met name ouderen treft. Dit kan oplopen tot een daling van de koopkracht van 30% voor een AOW-paar met een aanvullend pensioen van meer dan 10.000 euro.

De brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 27 oktober 2017 met als titel `Toelichting Koopkrachteffecten Regeerakkoord ` is een uitwerking van de koopkrachteffecten voor de komende kabinetsperiode. Als je gaat inzoomen op wat in de samenvatting van 13 pagina´s duidelijk wordt gemaakt en je kijkt naar de brongegevens dan zie je dat met name veel senioren en gepensioneerden er niet op vooruit gaan maar zelfs opnieuw koopkracht verliezen. Onderzoeken van het NIBUD en ouderenorganisaties wijzen op hetzelfde. De inschatting is dat alle senioren en gepensioneerden achterblijven bij de ontwikkeling van de koopkracht en ongeveer 400.000 senioren en gepensioneerden er de komende kabinetsperiode niets bij zullen krijgen of er op achteruitgaan! Vooral senioren en gepensioneerden die lang pensioen hebben opgebouwd en meer dan € 10.000 aanvullend pensioen ontvangen leveren in.

Koopkrachtplaatjes worden veelal rooskleurig voorgesteld. Niet alle posten zijn in de vergelijkingen meegenomen. Kosten die bij senioren en gepensioneerden een rol spelen en veelal onvermijdelijk zijn spelen bij andere generaties niet of nauwelijks. Dan gaat het met name over kosten van zorg en aangepast wonen. Een concreet voorbeeld is de WMO die per gemeente wordt uitgevoerd en waarvan de uitvoering ook nog kan verschillen voor wat betreft de uiteindelijke financiële consequenties. De centrale overheid speelt hier nauwelijks een sturende rol.

Dat er tijden van groei maar ook krimp zijn is begrijpelijk en aanvaardbaar. Maar wel duidelijk wordt dat koopkrachtontwikkeling van senioren en gepensioneerden ( al jarenlang ) uit de pas loopt. Er zijn ook geen signalen dat er maatregelen komen die met name gericht zijn op de ontwikkeling van koopkracht van ouderen.

Conclusie en hoe verder

Uit de eerder genoemde brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid blijkt dat er gemiddeld een gunstig koopkrachtbeeld is te zien voor de komende tijd. De regering komt af en toe met CBS cijfers die moeten aantonen hoe goed het gaat met de senioren en gepensioneerden. We zien echter ook CBS cijfers die duidelijk maken dat de gemiddelde koopkracht van senioren in 2015 nagenoeg op hetzelfde niveau lag als in 2000. Dat is een feitelijke constatering en staat in schril contrast met andere groepen.

De achterstand in inkomensontwikkeling wordt ook in stand gehouden door inkomens- en belastingmaatregelen die vooral gepensioneerden op korte of langere termijn raken. Het gaat ook veelal over een stapeling van maatregelen waarvan het effect pas na jaren zichtbaar wordt en nauwelijks meer te repareren is. Daarbij wordt ook voorbij gegaan aan het effect van lokale heffingen die per gemeente of regio kunnen verschillen.

Er zijn meer elementen die niet in de koopkrachtplaatjes terugkomen, omdat ze landelijk niet gezien worden of verschillen. Het gaat over de consequenties van aangepast wonen of van zorg die op lokaal en regionaal niveau geregeld en afgerekend worden. Concreet gaat het bijvoorbeeld over de uitvoering van de WMO.

Ook binnen het CNV hebben we de discussie hoe de senioren en gepensioneerden er voor staan. Er bestaat een divers beeld maar algemeen is er geen tevredenheid over de wijze waarop allerlei maatregelen de senioren treffen. Hoewel er mogelijkheden zijn om zich te laten horen (SAR) is het blijkbaar moeilijk om een vuist te maken. Bovendien zijn velen als vrijwilliger, mantelzorger of op een andere manier druk bezig. Het zou goed zijn om te evalueren of en zo ja hoe er binnen het perspectief van het CNV meer en effectiever aandacht voor de (inkomens)positie van gepensioneerden moet komen. Ook deze groep vraagt een organisatie die haar belangen behartigt, een organisatie die zichtbaar zoekt naar en helpt bij het vinden van pressiemiddelen die de politiek in Den Haag onder druk kunnen zetten.

Het is een uitdaging om vanuit de principes van een christelijke vakbeweging stand te houden in deze complexe discussie. Daarin hebben de begrippen respect, solidariteit, compassie en delen een betekenis.

[i] Als een deelnemer van het pensioenfonds korter leeft dan het gemiddelde wordt het overblijvende gedeelte van het door die deelnemer opgebouwde pensioenvermogen verdeeld over de collectiviteit van alle overige deelnemers van het pensioenfonds. Degenen, die langer leven kunnen zo levenslang een pensioenuitkering ontvangen.

 

 

 

CNV reaktie op de miljoenennota

Op 18 september 2018 heeft het CNV de volgende reaktie op de miljoenennota gegeven: ‘Dit kabinet is hard op weg deze economisch mooie zomer volledig aan de hardwerkende Nederlander voorbij te laten gaan.’ Dat is de eerste reactie van CNV-voorzitter Maurice Limmen op de cijfers voor 2019 die het kabinet vandaag op Prinsjesdag presenteert. ‘Werkend Nederland schreeuwt om meer loon en fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden. Kabinet en werkgevers blijven echter roet in het eten gooien. Het kabinet treedt niet op tegen de doorgeslagen flexibilisering en werkgevers komen bij de lopende cao-onderhandelingen niet of nauwelijks over de brug met een fatsoenlijk loonbod. En als de vlieger van de geraamde loongroei niet opgaat, zijn de koopkrachtcijfers van het kabinet dus gebouwd op drijfzand. Ondertussen lekt er met de afschaffing van de dividendbelasting vrolijk een paar miljard aan belastinggeld naar buitenlandse investeerders. Er is dus nog een boel te doen. Geef werkend Nederland wat het verdient: vast werk en fatsoenlijk loon.’

Stop woekerende flex
Maurice Limmen: ‘Door niet op te treden tegen doorgeslagen flex geeft het kabinet een vrijbrief aan werkgevers om de lonen te drukken. Waarom een vaste medewerker meer loon geven, als je ook kan kiezen voor een goedkope flexkracht? De onzekerheid op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld bij jongeren, neemt door de flex-trend alleen maar toe. Voor het CNV is dit een groot punt van zorg. Het kabinetsbeleid moet radicaal anders: maak het niet makkelijker om kwetsbare werknemers te ontslaan en treedt op tegen schijnzelfstandigheid.’

Laat werknemers eindelijk meeprofiteren
Volgens Limmen zijn uiteraard altijd in eerste instantie werkgevers verantwoordelijk voor een fatsoenlijke loongroei. Limmen: ‘Veel cao-onderhandelingen die wij vanuit het CNV voeren verlopen moeizaam. Werkgevers zijn nauwelijks bereid meer dan een inflatiecorrectie te bieden aan loongroei. En dat terwijl het CNV altijd maatwerk levert in zijn loonvraag: we vragen om stevige loonsverhogingen op de plekken waar het kan. Als werkgevers echter zo doorgaan liggen er nog veel meer vakbondsacties in het verschiet. Laat dat duidelijk zijn. Het kan niet zo zijn dat wanneer de bedrijfswinsten door het dak heen gieren, gewone hardwerkende werknemers niet meeprofiteren. En in de publieke sector is het na jarenlange bezuinigingen echt niet veel beter. De achterstanden die hierdoor zijn ontstaan, zijn er nog steeds. Door de tekorten en de toenemende werkdruk staan de hele sector en de kwaliteit van de publieke dienstverlening onder druk. Werkgeversgeklaag over krapte op de arbeidsmarkt wil ik dan ook niet meer horen. Eerst boter bij de vis.’

Geef extra aandacht aan specifieke groepen
Limmen: ‘Nu het zo goed gaat is het belangrijk dat íedereen erop vooruit gaat, zeker ook mensen die extra aandacht verdienen. De koopkracht van onze ouderen blijft een voortdurend punt van zorg. Helemaal in het licht van voorgaande jaren houdt deze ook dit jaar niet over. En tegelijkertijd horen we al weer geluiden over de stijging van de zorgpremies, waarvan we moeten afwachten hoe die precies uit gaat pakken.

Het is positief dat het kabinet een van de slechtste maatregelen uit het regeerakkoord heeft ingetrokken; het plan om te bezuinigen op mensen met een arbeidsbeperking. Dit is gebeurd na druk van maatschappelijke organisaties en de vakbonden. Het laat zien waartoe we samen in staat zijn. Een mooi begin, maar zo zijn er nog genoeg plannen die snel van tafel moeten, neem de Wet Arbeidsmarkt in Balans of de bezuinigingen op de WIA, onze arbeidsongeschiktheidsverzekering voor werknemers. Laat dus ook hier het kabinet op zijn schreden terugkeren, zodat iedereen in Nederland kan gaan genieten van deze economisch mooie zomer.’

 

 

Het CNV lobbyt voor verbetering koopkracht

De koopkracht van veel ouderen daalt. Pensioenen worden niet meer geïndexeerd en de zorgkosten stijgen. Ook de verschillende belastingmaatregelen van dit kabinet zorgen ervoor dat u minder overhoudt. Zo wordt in 2016 de ouderenkorting verlaagd en de ouderentoeslag afgeschaft. Vooral de ‘stapeling’ van maatregelen, in combinatie met de lage rente van de Europese Centrale Bank, zorgt ervoor dat veel mensen hun inkomen al geruime tijd zien dalen. Het CNV doet wat in zijn vermogen ligt om de gevolgen voor u beperkt te houden. Solidariteit over de verschillende generaties en groepen in de samenleving is daarbij voor het CNV een kernwaarde. Kijk ook op onze pagina over pensioen en AOW.

Brief aan de Tweede Kamer

Het CNV heeft woensdag 9 september 2015 in een brief aan de Tweede Kamerleden opgeroepen de koopkracht van gepensioneerden te verbeteren. CNV Voorzitter Maurice Limmen: ‘Het gaat economisch beter, en daarvan moeten ook gepensioneerden profiteren.’

Het Kabinet beloofde, na vele signalen uit de samenleving, het koopkrachtverlies voor senioren te repareren. CNV-voorzitter Maurice Limmen: “Er is 5 miljard euro uitgetrokken voor lastenverlichting, maar de senioren zijn er bekaaid van af gekomen en dat wordt nu duidelijk. De politiek kan niet weg blijven kijken van dit probleem.” Lees meer.

 

 

De blauwe envelop verdwijnt?

Maakt u zich zorgen over het verdwijnen van de blauwe envelop van de belastingdienst? Vraagt u zich af hoe u straks nog eenvoudig en veilig aangifte kunt doen? Of bent u al helemaal vertrouwd met het digitaal aangifte doen met uw digid-code? Feit is dat er hierover veel onrust is. Niet alleen onder ouderen, maar ook bij andere groepen in de samenleving die niet digitaal vaardig (kunnen) zijn.

 

 

Wat vindt en doet het CNV?

Het CNV neemt de zorgen in de samenleving over het verdwijnen van de blauwe envelop serieus. Voor het CNV staat uw keuzevrijheid voorop. Het CNV ziet graag dat mensen zelf kunnen aangeven of men wel of niet de post van de Belastingdienst via de gewone brievenbus krijgt of digitaal.

 

 

Sociaal vangnet

Het CNV heeft nauw contact met de Belastingdienst. Het CNV maakt deel uit van het ‘sociaal vangnet’ dat, samen met andere organisaties, is ingericht om mensen die moeite hebben met de digitalisering, ter zijde te staan.

 

 

Belangrijke wijzigingen belastingen 2016

In 2016 wordt de ouderenkorting (een heffingskorting) verlaagd en de oudertoeslag afgeschaft. Dat kan gevolgen hebben voor uw toeslagen en inkomensafhankelijke regelingen. Kijk hier voor een overzicht van de belangrijkste wijzigingen belastingen 2016. Wilt u graag meer duidelijkheid hierover? De deskundige vrijwilligers van CNV Belastingservice helpen u graag het hele jaar door! Kijk hier voor meer informatie.

 

Bereken uw belastingtarief in het jaar dat uw AOW ingaat

Krijgt u dit jaar voor het eerst AOW? Op de site van de belastingdienst staat een handige tabel waarmee u uw belastingtarief kunt berekenen.

CNV Belastingservice helpt!

Als CNV-lid kunt u ieder voorjaar, op afspraak, terecht op een van de vele CNV Belastingzittingen in het land. Hier wordt uw aangifte samen met een goed opgeleide vrijwilliger ingevuld en veilig naar de belastingdienst gestuurd. Het CNV heeft voor de leden een eigen code, waarmee wij veilig en snel en de aangifte verzorgen. Wij hebben daar uw Digid-code niet eens voor nodig!

ook zonder Digid-code

shutterstock_290952128Het enige wat u hoeft te doen, is het CNV een eenmalige machtiging te geven. Als u als lid eenmaal via het CNV uw aangifte laat verzorgen, ontvangt u ieder jaar deze code automatisch in uw vertrouwde brievenbus. Makkelijker kan niet! Kijk hier voor meer informatie.

Ook niet-leden kunnen, tegen een vergoeding, gebruik maken van de diensten van CNV Belastingservice.

Ook interessant voor u